Niks aan de hand (Column Sterk in Autisme)

Een heerlijk luchtige titel in deze uitgave die speciaal gaat over mensen met autisme en hun contact met dieren. Het tijdschrift staat vol interessante artikelen, interviews en columns.

 

 

Ik schrijf over de fijne wandelingen met Tom. Helaas gaat dit de laatste tijd iets minder goed, en lijken we weer wat grip te verliezen. Tom moet nog erg wennen aan zijn nieuwe leerkrachten op school, en zij aan hem, en hij is druk met grenzen opzoeken en kijken hoeveel ruimte hij kan innemen. Zoiets werkt altijd door in zijn gedrag thuis, dat hebben we in de afgelopen jaren wel geleerd. Gelukkig zijn we het met elkaar eens dat het zo niet goed gaat, en wordt er hulp ingeschakeld. Na de herfstvakantie zal worden gestart met observatie in de klas door een orthopedagoog, en hopelijk komt er dan een duidelijk plan van aanpak, zodat Tom zich weer prettiger en veiliger zal voelen op school. Maar eerst… mag hij lekker een weekje logeren.

En dan nu mijn column voor de nieuwste uitgave van Sterk in Autisme. Over Tom, de blauwe ring en loslopende honden.

 

Hij vindt het leuk

Met grote ogen zie ik hem kijken. Voor de zekerheid blijft hij dicht bij zijn grote zus.

Tom schommelt op z’n hardst. Aan een stuk door komen er harde kreten uit zijn mond, en ik zie hoe hij geniet. Op zulke momenten wil ik hem slechts door mijn eigen ogen zien. Mijn lieve zoon, die zo blij wordt van schommelen. Geen blikken van mensen die hem raar of storend vinden, of bang zijn dat hun kinderen niet veilig zijn bij hem in de buurt.

‘Hoe oud is hij?’ vraagt het jongetje.
‘Bijna 14,’ zeg ik, en ik voel wel aan dat hier iets meer informatie nodig is.
‘Eigenlijk is hij in zijn hoofd nog veel jonger. Net als een kind in groep 1, ongeveer.’
Het jongetje knikt, haalt zijn neus op en roept: ‘Ik ga al naar groep 2!’
Het zusje zegt trots: ‘En ik naar groep 5! Na de zomervakantie pas hoor.’

Tom joelt steeds harder en ik roep: ‘Doe maar iets zachter, Tom!’
Het jongetje lacht en zegt: ‘Hij vindt het leuk.’

De drempel is soms zo hoog om dit soort dingen te doen. Het verschil tussen Tom en de andere kinderen in speeltuinen wordt zo groot. De blikken naar die grote luidruchtige jongen. Door mijn eigen ogen kijken lukt maar af en toe.

‘We gaan weer weg.’ De grote zus vindt het mooi geweest.
‘Doeg!’
Nog een laatste blik werpen ze op Tom. De jongen van bijna 14 die ongeveer in groep 1 hoort.

Tom komt van de schommel. “Bankje, koekje, flesje.”
‘Goed idee, jongen.’
‘Was leuk schommel.’
‘Ja hè? Jij kan heel goed schommelen.’
‘Heel goed schommelen!’

Ik ben ontroerd, om mijn zoon van bijna 14 die zo blij wordt van een simpele schommel, en om een jongetje van 5 dat naar hem lacht en zegt: ‘Hij vindt het leuk.’

Moeilijk

Het is nooit echt makkelijk geweest met Tom, maar de laatste weken zijn vreselijk moeilijk. Wat hij allemaal kapot maakt, wat hij vies maakt, de stress en herrie die hij veroorzaakt, het is onvoorstelbaar. De zoveelste kledingkast op zijn kamer ging kapot. De rolgordijnen op zolder sneuvelden. Deuren, beddengoed, speelgoed. Meerdere keren poepte hij op zolder op de grond. In een ommezien plaste hij in een lade vol frisgewassen T-shirts. En, misschien nog wel het moeilijkste, hij vraagt continu wat we gaan doen. Heel indringend. En er is zo weinig mogelijk.

Lees verder

Eén-en-twintig nachtjes

Een paar weken geleden kregen we een hartelijk mailtje van het logeerhuis, waarin stond dat we altijd terecht konden voor advies en een praatje, en dat we het vooral moesten laten weten als het echt niet meer ging thuis, in deze corona-crisistijd. Er schoten meteen wat voorbeelden door mijn hoofd. Andere kinderen, andere gezinnen. Ja, die zouden het vast heel zwaar hebben. Volop gefocust op ‘flink zijn,  positief blijven en doorgaan’, realiseerde ik me nog niet meteen dat dat misschien ook wel voor ons zou kunnen gelden. Lees verder