Trampolineleed

Regelmatig sprong er een veer, er was al een tijdje een paal kapot en de trampoline was in zijn geheel wel aan vervanging toe. Dat zou de derde worden in 7 jaar tijd… Maar een nieuwe komt er niet. Een maand geleden, na een warme dag vol drama’s braken we hem af. Een dag later bracht ik alle onderdelen naar het afvalstation. Het was triest.

“Echt? Wat zielig …”, hoorde ik al een paar keer. Heel begrijpelijk. En moeilijk.

De trampoline werd een obsessie voor Tom. Al vroeg in de ochtend (soms al om 6:00) begon hij. “Springen, tuin, tram-po-line!” Als ik aangaf dat dat niet mocht, maar pas om 9:30 (op een vrije dag) of ná schooltijd werd hij vaak boos. Bonken tegen de deur, schreeuwen, huilen, gooien.

Tom kan ontzettend goed hoog en hard springen op de trampoline. Bij elke sprong slaakt hij een harde kreet. Heel hard en indringend. Straten ver te horen. Steeds luidruchtiger. Als hij erop speelt wil hij graag dat ik ook in de tuin ben. “Mama stoel!” Uiteraard kan (en wil en doe) ik dit niet altijd, en dan begint het jammeren. En gillen. “Mamaaaaaa!!”

Ik vind het een wonder (en vooral ontzettend fijn) dat onze buren er nooit iets over gezegd hebben… Wat een verdraagzaamheid.

Als Tom genoeg had van het springen ging hij spullen verzamelen op de trampoline. Dat lijkt heel leuk, een paar knuffels erbij en lekker chillen. Een tijd lang was dat ook wel leuk. We hebben er mooie, zomerse foto’s van. Maar. Natuurlijk, een maar. Een paar knuffels erbij was al snel niet genoeg voor Tom. Kussens, kleden, nog meer knuffels, speelgoed, steeds meer wilde hij erbij. Dat mocht natuurlijk niet, en werd voor hem afgebakend door een speciale ‘trampolinetas’: deze spullen mogen mee, verder niets. Maar als ik twee tellen niet keek liep hij alweer te slepen. Met de kussentjes van de bank, met een pop van zijn zusje, met boekjes. Zelfs een stoel zette hij er een keer bij, toen ik even niet keek. En altijd werd het uiteindelijk gillen en gooien.

Het weghalen van de trampoline was een goed besluit. Alle eer voor mijn man en zijn daadkracht. Het voelde als zo’n heftige beslissing, dat het mij niet lukte om de knoop door te hakken.

De dag erna keek Tom de tuin in. Ik hield mijn adem in. Hij zei niets.

Rianne was er verdrietig om. Ook zij sprong graag. We hadden het met haar besproken, en ze begreep het wel een beetje, maar vond het wel heel jammer. Hartverscheurend en onvermijdelijk, die situaties waarin zij dusdanig de consequenties voelt van het gedrag van haar broer. Soms had ik het haar zo anders gegund.

Die middag speelde Tom een tijdje rustig in de tuin met een grote bal. De dagen erna regende het veel en taalde hij niet naar buiten spelen, en nog steeds vroeg hij niet naar de trampoline. Hij was rustiger, meer ontspannen en ging ineens weer met Lego spelen.

Inmiddels zijn we een maand verder, en pas twee keer vroeg hij: “Trampoline?” Een akelig gevoel schoot op die momenten door me heen. Zo’n stemmetje in mijn hoofd: Zelfs dát neem je hem af, en hij heeft al zo weinig … Ik weet dat dat niet zo is, dat hij veel mag en wij hem bijzonder veel ruimte in laten nemen in huis, in ons gezin. Het punt is, ik gun het hem zo, ik gun hem alles. En ik vind het zo fijn dat hij steeds beter duidelijk om iets kan vragen, dat ik de neiging heb om snel toe te geven.

“De trampoline is weg. Jij mag hiermee spelen.” Met een grote yogabal en een paar windmolentjes weet hij zich buiten aardig te vermaken. Het ziet er ontspannen uit.

Ik gun Tom alles. Vooral rust en duidelijkheid. Dat het duidelijk aangeven van grenzen heel belangrijk is, is niet moeilijk te begrijpen, maar vaak veel makkelijker gezegd dan gedaan.
“Ik ben verdorie zijn moeder, niet zijn therapeut,” heb ik vaak gedacht. En dat is waar. Maar ik help Tom niet met aarzelen en dan toch toegeven, omdat hij dan heel even héél blij is. Ik help hem niet met altijd een ijsje geven als hij erom vraagt, omdat het zo knap is dat hij dat kan. Ik help hem niet met: “Ach, pak maar hoor, neem maar mee, doe maar.” Want sommige dingen horen niet en mogen niet. Omdat het zonde is, of gevaarlijk, maar vooral: omdat er grenzen zijn.

Op de Klup, de opvang waar Tom meerdere malen per week komt, staat een trampoline. Er zijn duidelijke regels over wanneer hij daarop mag. Hij moet hem uiteraard delen met andere kinderen, dus moet hij af en toe wachten. Dat schijnt erg goed te gaan. En speelgoed op de trampoline mag niet, klaar.

Thuis heb ik hem die begrenzing niet goed kunnen bieden. De trampoline werd steeds meer een object waar Tom weliswaar plezier aan beleefde, maar wat hem ook stimuleerde tot dwangmatig en onbegrensd gedrag.

Doordat de trampoline er niet meer is, is alle onrust van wanneer hij er wel of niet op mag en hoe hij hem kan en mag gebruiken er ook niet meer.
Het is niet zielig. Het geeft rust. En dat kunnen we wel gebruiken. Vooral Tom. Er is al genoeg onduidelijk en onzeker in het leven.

 

Advertenties

7 thoughts on “Trampolineleed

  1. Oef. Dank! Scherpe reflectie. We zien bij onze zoon ook vergelijkbaar dwangmatig gedrag. En een hang naar trampoline ;-).
    Het anders organiseren van toegang en werkafspraken doe je inderdaad niet zo maar als ouder. Telkens weer stapje geleerd en verder groeien!

    Ps. Misschien eens per maand naar trampolinepark, op een rustige dag?

  2. Wat heb je dat eerlijk opgeschreven! Ik kan me je dubbele gevoelens wel voorstellen en zéker ook de gedachte dat je zijn moeder bent en niet zijn therapeut. Fijn dat de verandering niet voor heel vervelende dingen lijkt te zorgen.

  3. ” Dat het duidelijk aangeven van grenzen heel belangrijk is, is niet moeilijk te begrijpen, maar vaak veel makkelijker gezegd dan gedaan.”
    Wat een ongelooflijk rake typering. Zo herkenbaar. En zo moeilijk om in de praktijk te brengen!

  4. Ik hoop dat je je jezelf niet hard aanvalt, want je hebt het beste met hem voor gehad. Ik vind je een lieve betrokken moeder die ook een weg zoekt in het alledaagse leven wat niet makkelijk voor je is. xx

  5. WoW wat mooi beschreven, inclusief de spagaat tussen gevoel en verstand, zo herkenbaar en lastig, tranen rollen over mijn wangen. En ook dat is niet erg. Ook het stukje over Rianne herken ik. Doe je het allemaal wel goed, doe je niemand te kort. Voor haar is het vast niet altijd leuk, ik sprak laatst iemand die een soortgelijke broer had als onze kinderen waar zij mee was opgegroeid, zij gaf aan het best moeilijk gevonden te hebben maar ook zoveel meer geleerd te hebben dan haar leeftijdsgenoten en nu te zien hoe zwaar maar ook hoe goed haar ouders het gedaan hebben en daar had ze veel respect voor.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s