Geen zorgen voor morgen

“Z’n tandenborstel ligt klaar hoor!” roept Rianne.
Ik probeer Tom enthousiast te maken voor een dagje school. Altijd extra lastig op maandag, vooral na een logeerweekend.
In de gauwigheid zie ik op het aanrecht zijn tandenborstel met tandpasta erop, een beker water en een doekje voor z’n gezicht liggen.
“Dank je, Rianne!”

Eerst moet hij verschoond. Het douchen en aankleden is alweer twee uur geleden.
“Kom Tom, even naar de wc.”
Ik zie een pindakaasvlek op z’n t-shirt.
“Neeee!” gilt hij schel en laat zich languit op de grond vallen.
Het leegzuigende gevoel van dat moment.
En dan de opluchting, als hij ineens zomaar opstaat, naar de wc loopt en meewerkt.

Het was een fijn weekend. Even samen, zonder kinderen. Lang geleden en bijzonder.
Ook wel nodig, als je merkt hoeveel moeheid en emotie er dan naar boven komt. Maar vooral heerlijk, die rust. De zorg(e)loosheid.
Zondag waren we samen in de kerk. Onze “eigen” dominee, veel bekenden, veel hartelijkheid. Er was een tijd dat we vrij actief waren, als jeugdclubleiders, bezoekmedewerker, trouwe bijbelkringers. Dat is niet meer zo. Er is weinig energie meer voor zulke dingen.
We hoorden dezelfde tekst als in onze trouwdienst, 15 jaar geleden.

 

 

Niet te druk maken om morgen, je op deze dag richten. Steeds weer heb ik ervaren dat God voor ons zorgt. Elke dag. Het is mijn vaste overtuiging. En toch is die dag van morgen misschien nog wel het allermoeilijkst.

Want toen ik vanmorgen toekeek hoe een begeleidster -met veel geduld en daadkracht- probeerde mijn schoppende zoon zijn schoenen aan te trekken, gonsde het door mijn hoofd. “Hoelang nog, hoelang nog.”

En als het lijkt alsof heel Nederland in de zon zit te bakken of de barbecue vast aansteekt, en Tom ramt voor de 60e keer keihard de tuindeur dicht en gaat in de tuin staan gillen…
Als hij niks van wat ik verzin wil doen, zo vreselijk tegenwerkt bij alles, als er (behalve iets eten) níets is wat hij langer dan vijf minuten leuk vindt, en m’n man uit wanhoop op één zondag tot twee keer toe twee uur met hem gaat fietsen op de duofiets omdat dat het enige is waar Tom rustig van wordt… Dan denk ik echt “hoelang houden we dit nog vol.” Hoe moet dit verder. En hoe kan ik me in vredesnaam géén zorgen maken om morgen…

Met een ellendig gevoel laat ik Tom bij de begeleidster die hem naar school brengt achter.
Rianne en ik fietsen naar school. Haar laatste weken in groep vier. Als ik op een smal pad even achter haar fiets kijk ik naar haar dansende paardenstaart op haar rugtas. Ze zoekt steeds vaker zelf haar kleren uit, doet zelf haar haar. Pakt zelf haar tas in, haar gymtas. Zo’n lieve meid, en wat groeit ze hard, op alle fronten.

Na haar kus fiets ik naar de winkel voor boodschappen. Het kost moeite me te concentreren en ik loop -ondanks mijn briefje- van hot naar her, want voor die dino-plaatjes switch ik een paar weken van supermarkt. Rianne vindt dinosaurussen heel interessant…

Ik krijg een Whatsappje van de begeleidster dat alles uiteindelijk prima gegaan is, en Tom vrolijk de school inliep. Fijn! Zo gaat het meestal. Maar het is toch een opluchtig om het te lezen.

Thuis haal ik Tom z’n bed af en sop z’n kamer. Een bijna dagelijks ritueel.

Ik denk terug aan gistermiddag. Nadat we de kinderen weer hadden opgehaald, wilde Tom graag even op z’n kamer zijn. Mét mij. Zonder mij is geen optie, hij blijft dan gillen en tegen de muur schoppen. Dus óf hij moet beneden blijven, of met mij naar boven. We deden het laatste.
Rianne kon even rustig een spelletje doen en kletsen met m’n man. Prima zo.

“Tentje bouwen?”
We spanden een kleed over zijn bed.
“Mama liggen? Mama liggen!”
En zo lagen we samen.
Met de selfiestand van mijn telefoon maakte ik een foto. Tom vindt dat leuk, hij ziet zichzelf dan natuurlijk. Het werd een mooi plaatje. Het duurde maar even, en daarna kwam er weer een lastig uur, maar ik ben blij met de foto. Want ik weet dat die mooie momenten zullen blijven. Hoe kort ze ook duren.

 

 

Ik lees veel blogs en hoor veel verhalen. Verhalen waarbij onze situatie ‘in het niet’ valt. Waarbij vergeleken het bij ons allemaal ontzettend meevalt. Zo zijn er veel ouders met meerdere zorgintensieve kinderen, of met een kind én een partner met autisme. Of alleenstaande ouders van ernstig gehandicapte kinderen. Of veel erger. Levensbedreigende ziekten, kinderen met veel pijn.
Ik besef dagelijks dat we lichamelijk gezond zijn, dat we zelfs heel sterk zijn dat we het zo volhouden, de intensieve zorg, de slapeloze nachten. Dat we boffen met lieve familie en vrienden om ons heen. Met zo’n sterk huwelijk. We leveren heel wat in, met name qua sociaal leven, maar toch blijft er zoveel waardevols.

Er komt een tijd dat we niet meer zelf voor Tom kunnen zorgen en hij hier niet meer zal wonen. Omdat de zorg te zwaar wordt, omdat Tom te groot en te sterk wordt, omdat we het fysiek niet meer aankunnen. Of eigenlijk, omdat we aan zien komen dat dat gaat gebeuren. We praten hierover, soms, m’n man en ik. Liever niet met anderen, dat is nog te lastig. Wat dit betreft ben ik overgevoelig en komt iets al snel kwetsend binnen.
Dit is een ‘morgen’ waar ik nog niet aan kan denken zonder tranen. Tegelijk weet ik ook wel dat alles stap voor stap zal gaan, en dat we daar doorheen komen. Met veel verdriet, maar ook met steun om ons heen, met hoop en nieuwe ruimte. Met alle ups en downs. De mooie momenten met Tom zullen blijven, ook dan. Daar vertrouw ik op. Ik wil er niet te diep over nadenken, maar dat hoeft ook niet. Want dat duurt nog heel veel ‘morgens’.

Als Toms kamer lekker gelucht is maak ik z’n bed weer op en zet de knuffels gezellig neer. Ik kijk nog even naar de foto van ons samen.
Natuurlijk! Ook morgen zal God ons weer geven wat nodig is, en ik hoef me daar nu nog niet druk om te maken. Ik leef bij de dag.
Nouja, ik probeer het in elk geval. 😉

 

Advertenties

4 thoughts on “Geen zorgen voor morgen

  1. Wat heb je het duidelijk en liefdevol geschreven. Zoveel liefde in jullie gezin…en zoveel zorgen. Praten over later…dat komt stapje voor stapje Esther. Vertrouwen op God, en de kracht die jullie liefde bundelt.

  2. Ook ik lees altijd met veel herkenning je verhalen. Ben nieuwsgierig; zag z’n mooi kort geknipte koppie (wat een prachtig kind!), hoe gaat het knippen? Is hier thuis namelijk een vreselijke strijd! Gaan nog liever naar de tandarts!! 🙂

    • Hoi Rachel, het knippen gaat inmiddels erg goed! Het is een vast ritueel. We vertellen het een uurtje van tevoren. M’n zoon zegt dan meteen:”Eerst knippen, dan in bad met een ijsje.” Als de kapster binnenkomt gaat hij netjes zitten. We blijven dichtbij, maar hoeven hem niet meer vast te houden. Zo blij om! Hij wil geen doek om, is wel onrustig en vindt het duidelijk niet leuk, jammert af en toe wel, maar blijft zitten. Het is alsof hij denkt “ik moet er even doorheen, maar straks is er iets leuks”. 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s