Nooit meer

Een grote frustratie voor mij is dat ik met Tom niet zomaar lopend even ergens heen kan.
Dat is altijd zo geweest. Toen hij een jaar of twee was, merkte ik dat andere peutertjes vaak gezellig aan de hand van hun vader of moeder meeliepen. Of in elk geval eventjes. Tom niet. Nooit. Hij rende óf de verkeerde kant op óf ging op de grond liggen. En dat is nu, 7 jaar later nog steeds zo. Vooral bij mij.

Met school lopen ze weleens ergens naartoe. Naar de winkel of naar de bibliotheek. De kinderen uit Toms klasje houden dan elk een rubberen ring vast. Die ringen zijn via een touw aan elkaar verbonden, en zo blijven ze netjes bij elkaar. Tom doet dat prima.

Ik heb ook zo’n ring. En soms werkt het, even. Meestal niet.

Het was mooi weer, vanmiddag. Ik was alleen met de kinderen. Rianne wilde wel even naar een speeltuintje. Tom riep meteen: “Schoenen aan? Schoenen aan?” Overmoedig dacht ik: “Natuurlijk, we lopen even een stukje. Even naar een speeltuintje. Dat moet toch kunnen.”
Rianne ging op haar step, Tom liep enthousiast mee. De rubberen ring tussen ons in.

blauwering2

Tom heeft meestal weinig oog voor schommels en glijbanen. Ook nu wilde hij graag de struiken in. Rommelen met takjes.
Ik liet hem een beetje gaan. Probeerde naar Rianne te luisteren die wat praatte, en onderwijl Tom in de gaten te houden. Dat lukte niet helemaal, want Tom liep steeds verder van me weg. Richting een straat waar auto’s rijden.
“Tom, kom je even schommelen?”
“Nee!!”
“Tom, kom je hierheen? Hier zijn ook struiken.”
“Ik hóef niet!!”
Rianne kwam onze kant op met haar step.
“Annere speeltuin?” vroeg Tom.
Rianne wilde dat ook wel, en we liepen een stukje verder.

De rubberen ring werkte niet meer, wat ik ook zei.
Tom wilde harder lopen. Ik pakte z’n arm. Zag auto’s aankomen. Het ging goed.
Veilig kwamen we in speeltuintje twee. Ook daar dook Tom de struiken in.
Ik zag hondenpoep liggen. Verschillende hopen.
Rianne ging schommelen. Ze vermaakte zich goed. Er waren nog wat kinderen.

“Tom, kom je een stukje hierheen?”
“Nee!!”
Die schelle stem. Het niet willen luisteren. Het verliezen van de grip. Die grote jongen, mijn kind. Een behoorlijk eindje van huis. Ik voelde mijn hartslag omhoog gaan.

Na een half uurtje kwam Rianne even kijken. “Gaan we weer?”
“Nog tien minuten, dan kan ik hem voorbereiden.”

“Tom, nog tíen minuten, dan gaan we weer naar huis lopen.”
“Nee!!”
“Nog víjf minuten.”
Wat ik ook zei, het enige wat Tom zei was: “Nee!!”

Ik liet de mobiele Time-Timer zien.
“Nee! Ik hoef niet!!”
Rianne keek mij iets te bezorgd.
“Hij komt niet hè?”
“We komen heus wel thuis hoor!” lachte ik, hopend dat het niet paniekerig klonk.
Toen het tijd was om te gaan, liep ik naar hem toe.
“Tom, we gaan nú naar huis.”
Hij rende weg. Ik ging achter hem aan. Ik moest. Hij zou zo de weg oplopen, of echt weglopen. Ik zou hem kwijtraken.
Gelukkig liep hij tegen een dikke struik en kon ik zijn capuchon pakken. Meteen liet hij zich op de grond vallen. Gillend en huilend. Ik knielde naast hem en legde uit dat we naar huis gingen. “De speeltuin is kláár. We gaan naar huis, lekker wat drinken.” Maar hij bleef gillen.

Ik moest hem omhoog tillen. Mijn armen als een soort dwangbuis om hem heen om hem te dwingen te lopen. Dat lukte steeds een klein stukje, hooguit 20 stappen, dan liet hij zich weer languit op de grond vallen.
Een oudere mevrouw keek me lief, medelevend aan. Ik glimlachte. Ik knipoogde naar Rianne. “Het komt wel goed hoor.”
Toen zag ik dat hij zich in de hondenpoep had laten vallen. Onbereikbaar was hij inmiddels. Als een wild dier. Ik sjorde hem weer omhoog. 37 zware, tegenwerkende kilo’s.

We kwamen uiteindelijk thuis. Snel trok ik zijn vieze jas en broek uit. Languit lag hij op de vloer van de kamer. Zijn roodbehuilde gezicht. Nog steeds brullend.
Mijn armen en handen trilden van de fysieke inspanning en ik moest even wachten met hem verschonen, wat ook hard nodig was. Ik liet hem maar even zo liggen.

Ik ging op de keukenkruk zitten. Rianne kwam naar me toe, we knuffelden stevig.
Ik perste er zo opgewekt mogelijk “pfoe, dat was vervelend hè?” uit, maar er kwam een rare snik mee.
Ze zei: “Het komt wel goed, mama.” Mijn meisje van zeven.

“Dit doe ik nóóit meer.” Ik geloof dat ik het wel tien keer achter elkaar zei.
Rianne grinnikte ineens: “Ach, misschien morgenmiddag, als het lekker weer is.” We schoten in de lach.

Tom kwam naar ons toe. Z’n armen om m’n nek. Nog zachtjes huilend.
Tien minuten later zat hij met schone kleren aan en een waterijsje op de bank, tussen een heel stel knuffels vrolijk een liedje te neuriën.

Rianne was nog even buiten gaan spelen met een buurmeisje.

Ik moest gaan koken, maar zakte nog even op de keukenkruk. “Nooit meer. Nooit meer.” Een onbedwingbare huilbui kwam omhoog zetten.
Hij was zo zwaar. Hij was zo vies. Het was zo ellendig. Ik voelde me zo wanhopig. Hij was zo zielig, en toch voelde ik een vlaag van haat voor hem, onderweg, toen hij zich steeds zo op de grond liet vallen.

Ineens was ik er zo verdrietig om, dat het niet kán. Even een rondje om. Dat bijna niets kan zonder dat het een drama wordt. Zo beperkt, zo opgesloten. Zo anders dan ik ooit had verwacht.
Verdrietig om m’n dochter die dit allemaal meemaakt. Gelukkig kunnen we er goed over praten, de dingen die gebeuren, en wat het met ons doet. Maar toch, ik zou het zo anders willen voor haar.

Na het avondeten komt Tom bij me op schoot zitten, op de bank. Het is fijn om even zo met hem te zitten.
Rianne bij m’n man op schoot. Ze vertelt over school, en over vanmiddag. Ze ziet er vrolijk uit.

Tom duwt zijn wang tegen mijn wang. “Was leuk school. Was leuk gymmen. Was leuk speeltuin. Was lekker ijsje.”
Hij kijkt blij en ontspannen. Hij weet het niet meer, denk ik. Zijn paniek, zijn geschreeuw, zijn verdriet, zijn onmacht, of wat hij ook gevoeld heeft. Het is weg. Die van mij slik ik ook weg. Het is gebeurd, klaar. En samen een stukje lopen, dat doen we gewoon nooit meer. Nóóit meer.
Nou ja, voorlopig niet.

Advertenties

14 thoughts on “Nooit meer

  1. Je bent zo sterk en je dochter ook, echt heel goed hoe jullie ermee omgaan, heel knap. Tom waardeert dat duidelijk ook, al kan hij dat misschien niet op een even goede en duidelijke manier communiceren.
    Goed dat je hierover durft te schrijven, ik denk dat het anderen ook helpt. Ook omdat dit er ook mag zijn en het is ook waar, het is loodzwaar en dat mag gezegd worden. Je kan niet altijd alleen maar positief kijken en het is lastig dat je gewoon allemaal dingen niet kan doen of anders moet doen.
    Ik hoop dat het snel weer wat beter gaat en ik hoop dat je even wat tijd voor jezelf kan nemen. Het liefst zou ik je een knuffel willen geven via de computer.

  2. Och ik zit hier met een brok in mijn keel en denk vooral aan jouw zorg om Rianne. Het is een heel andere situatie, maar mijn man is hartpatient en al 14 jaar leven wij in angst om hem. Constant ziekenhuisopnames en dan weer periodes er tussen dat we een gewoon leven leiden, man weer aan het werk, ik weer aan het werk en kinderen weer naar school. Toen het begon waren ze 8 en 4 jaar oud en ik had ze zo graag een onbezorgde jeugd gegeven. Niet steeds die angst van wat gaat er nu gebeuren. Voor mij is dat naast de zorg om mijn man mijn grootste verdriet en ook mijn man vindt dat heel erg, maar hij kan er niks aan doen. Het is zoals het is. Nu zijn ze 22 en 18 en het zijn sterke volwassenen geworden. We hebben een goede band met zijn vieren en alles is bespreekbaar. Toen ik er laatst met mijn dochter over sprak (terwijl we weer een hele middag naast hem in het ziekenhuis hadden gezeten) zei ze, ach mam daar moet je je helemaal niet druk om maken. Ik heb zo’n warm en veilig thuis en ik ben er hartstikke sterk van geworden. Mijn klasgenoten piepen over elk wissewasje en ik denk dan doe effe normaal. En het fijne is dat ik alles met jou en papa kan delen. Ik durf over alles met jullie te praten en mijn vriendinnen kunnen dat vaak niet hoor.
    Ik denk dat Rianne dat ook zo zal voelen, dat er misschien voor jouw gevoel niet altijd genoeg aandacht voor haar is, maar dat zij zal ervaren dat er echt van haar gehouden wordt en dat ze altijd terecht bij jullie kan. Want als ik jouw blogs zo lees dan is er zoveel liefde en warmte bij jullie thuis en Tom is wat hij is, maar hij mag er zijn en dat zal ook Rianne ervaren als iets heel waardevols. Vertrouw er maar op dat het goed komt. Ik heb zoveel respect voor jou. Jouw blogs helpen mij ook om gewoon van elke dag maar weer het beste te maken en te genieten van wat er wel goed gaat. Morgen is er weer een dag en je weet niet wat die brengt, maar ook vast wel weer een mooi momentje. Een dikke knuffel uit Amsterdam.

  3. Lieve Esther,
    Dank je wel voor het delen. Je bent een moedige, veerkrachtige vrouw. Ik las net nog in mijn dagboek dat tegenslag en moeilijkheden bij het leven hier op aarde horen maar dat we altijd mogen weten dat God er is en voor ons zorgt. Sjonge, wat is het soms nodig om daar weer even aan herinnerd te worden… Jouw blog stukjes herinneren me daar ook altijd weer aan. Je eerlijke, open manier waarop je vertelt. Daardoor is het herkenbaar en geeft het mij (en anderen) ook weer moed.
    Ik wens je een goede dag vandaag en opnieuw God’s nabijheid, wat je ook gaat tegenkomen!
    Lieve groet,
    Esther

  4. De machteloosheid dat is het. Jij kunt zoveel. En dan….dan houdt het even op. Laat het even zijn. Ook voor Rianne. Geweldig kind he. Tom ook. Soms te. Dag lief.

  5. Diep, diep onder de indruk. Ik kan alleen maar zeggen dat je een geweldige moeder bent met zoveel wijsheid en liefde voor je kinderen, fantastisch ! Dat getuigt ook je gedicht. Enorme bewondering ! Liefs, Marjolein.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s