Accepteren… moet dat?

“Altijd dat gezeik over accepteren. Het is zoals het is. Meer niet. Hoezo accepteren dat mijn kind anders is… Mijn kind is mijn kind. De maatschappij beschouwt hem als anders.”

Het is een reactie op een artikel op Mantelzorgelijk.nl over overbelasting van ouders met een zorgintensief kind. Zestig procent krijgt last van een burn-out, lees ik.

“Eerst sta je voor de uitdaging te accepteren dat je kind anders is, dan te accepteren wat dat betekent voor jouw leven.” schrijft Krista Okma *) in het artikel.
Ik kauw er even op. Is mijn kind anders? Natuurlijk, hij is behoorlijk anders dan doorsnee. Anders dan hij had moeten zijn?
En, kun je ervoor kiezen dat wel of niet te accepteren? En wat betekent het dan als je het niet kunt accepteren? Betekent dat dat je niet goed zorgt voor je kind, niet genoeg van hem of haar houdt? Dat je je kind structureel onder- of overvraagt?

Ik gebruikte het woord vaak. Tegen familie, vrienden. “Ik heb inmiddels wel geaccepteerd dat Tom de rest van zijn leven afhankelijk zal zijn.”
En dan vrolijk: “Wil je nog koffie?”
Of zelfs: “Ik had het niet anders gewild. Tom past heel goed in mijn leven.”
Hoe geaccepteerd kun je het hebben. Het leek belangrijk om dat hardop te zeggen. Waarom eigenlijk? Ik was er blijkbaar nogal mee bezig. Ook bij de ouderbegeleiding en in contact met andere hulpverleners was het een veelbesproken item.

“Voor men kan accepteren moet men eerst rouwen”, leerde Kübler-Ross mij ooit.
Rouwen? Ik vind het moeilijk om de term ‘rouwen’ te gebruiken in relatie tot mijn springlevende kind. Toekomstverwachtingen en -dromen bijstellen, natuurlijk. Maar rouwen? Het horen van de diagnose gaf m’n man en mij vooral een gevoel van opluchting. Zo, dit is duidelijk. Hoe nu verder.
Het is zoals het is. Meer niet. Tom is Tom. Als hij anders was, was hij Tom niet. En ik ben dol op hem. Niet altijd, nee. Zijn nachtelijk gedoe, zijn incontinentie, zijn onverklaarbare gejammer, zijn gegooi met deuren, al het svb-pgb-wmo-zorg-geregel, spuugzat ben ik het soms.
En soms ben ik heel verdrietig dat ik niet wat meer met hem kan praten, kan delen. Dat hij zo afhankelijk is. Dat we zoveel ondersteuning nodig hebben in de zorg voor hem. Maar als ik leeftijdsgenoten zie denk ik zelden meer “Hoe zou Tom nu zijn geweest als…?” En dat voelt rustig. Want Tom is gewoon Tom.

Is acceptatie ook niet gewoon voor iedereen een dagelijks terugkerend proces? Accepteren dat je langer, korter, dikker of dunner bent dan gemiddeld? Dat je niet de ideale baan hebt gevonden? Dat je niet in je droomhuis woont? Dat je fysiek niet kan wat je zo graag zou willen? Dat je 5 zoons hebt en geen dochter? Dat het contact met je kind niet is zoals je je ooit had voorgesteld?

Eerst moeten accepteren dat mijn kind anders is, dan moeten accepteren wat dat betekent voor mijn leven…
De zin blijft hangen. Ik begrijp wat er bedoeld wordt, ik voel de nuance en tegelijk weerstand. Wat zou dat zijn? Toegeven dat er iets te accepteren valt geeft aan dat ik het liever anders had gezien. Misschien zit daar de angel.

Ik weet niet hoe mijn leven anders zou zijn geweest. Mijn leven zonder Tom. Waarschijnlijk zou ik nog werken als verpleegkundige. Zou ik een ander sociaal leven hebben. Minder actief zijn op sociale media. Zou ik wat energieker zijn. Waarschijnlijk was ik nooit gaan bloggen.
Misschien zouden de dalen iets minder diep zijn en de pieken iets minder hoog. Zou ik gelukkiger zijn? Geen idee.

Ik denk liever niet zo veel meer na over wat ik wel of niet geaccepteerd heb of zou moeten accepteren, of ik iets vandaag kan hebben geaccepteerd en morgen weer niet, en of accepteren überhaupt aan de orde is. Dat voelt wel zo rustig. Misschien is dat stiekem toch acceptatie.

 

 

*) Krista Okma werkt als opvoedadviseur en richt zich in het bijzonder op zorgintensieve gezinnen. Haar dochtertje Kate (5) heeft het zeldzame Pitt Hopkins syndroom, en is lichamelijk en mentaal gehandicapt. Zij schreef onder andere “Oei, er klopt iets niet” en “De opvoedachtbaan”. www.kristaokma.nl 


Advertenties

8 thoughts on “Accepteren… moet dat?

  1. Ik ervaar het als een proces. Ik heb – realiseer ik me nu- heel lang gedacht dat als ik maar alles op alles zou zetten mijn zoon dan wel normaal zou worden. Dat hij zijn autisme zou ontgroeien. Dat idee is de drijvende kracht geweest van alles wat we hier thuis doen voor hem. Maar hij past niet in het ideaalplaatje dat ik voor hem en voor mezelf bedacht heb, hoe hard ik dat ook probeer. Hij is nu 10 en door de jaren heen ben ik veranderd. Hij is zoals hij is en ik kan echt uit de grond van mijn hart zeggen dat hij helemaal heel en compleet is. Ik kan hem nog van alles bieden en hem helpen in zijn ontwikkeling maar nu vanuit de vrijheid die ik helemaal doorvoel. Het is een geweldig kind en ik heb hem oneindig lief helemaal zoals hij is.

  2. Accepteren is een woord. Rouwen ook. Ons niet bewust van de begrippen, doen we het wel. Gewoon ” leven” is dat. Soms opstandig, vaak heel gelukkig. Juist vaak, omdat we zo goed weten, dat alles niet vanzelfsprekend is.

  3. Ik had zo graag geaccepteerd willen worden in mijn manier van zijn. Ik heb niet kunnen leven in een maatschappij zoals die nu eenmaal is. Maar ik heb mijn eigen manier daarin gevonden en mijn eigen plek. Als ik zo kan leven, is er tenminste niets ‘mis’ met mij en heb ik ook geen last van bij mij naar binnen slaande overprikkeling. Inmiddels ben ik bijna 72 jaar en dankbaar voor het onlangs constateren van ASS

  4. Pingback: Acceptatie? - Ruud's BlogRuud's Blog

  5. Rouwen is zo’n zwaar woord. Ik zou het eerder aanpassen noemen. Aanpassen aan de behoefte van mijn kinderen. Het zijn wonderkinderen. En hoe mijn leven er uit zou hebben gezien zonder hun? Geen idee en gelukkig heb ik daar ook geen behoefte aan. Gebroken nachten, gesprekken op de scholen, ruzie met de instanties, het steeds weer uit moeten leggen waarom mijn kinderen die extra zorg nodig hebben… ik kan het missen als kiespijn, maar zou het niet willen ruilen voor “standaard” kinderen.

  6. Reactie op dit blog door Ruud Ketelaar (14/4/1960 – 11/4/2016):

    http://www.ruudketelaar.nl/2015/10/01/acceptatie/

    Acceptatie?

    Intro

    Soms is een blogpost van iemand anders een trigger voor een blogpost van
    mijzelf. Gisteren stond daar (ineens) ‘Accepteren… moet dat?’ op de blog van
    Esther. Soms trigger het mijn schrijven omdat het mooi geschreven is, over een
    onderwerp dat mij raakt. Soms omdat het indrukwekkend is.  En soms omdat het
    zowel indrukwekkend is als mooi geschreven. Zo’n post is die van Esther. Over
    acceptatie. Acceptatie?

    Mantelzorg

    Esther heeft een zoon met klassiek autisme. Dat vraagt zoveel dat zij haar baan
    heeft opgegeven om voor haar zoon te kunnen zorgen. Zorg, die een wissel trekt
    op het hele gezin van Esther, man vrouw, zoon en dochter. En het trekt een
    wissel op Esther en haar leven. Een gigantische wissel. Dat je je afvraagt hoe
    ze het doet, hoe ze overeind blijft. Hoe ze het volhoudt. Onvoorstelbare kracht.
    Die ontketend wordt door liefde, dat kan niet anders…

    Esther schrijft op verschillende platforms over wat zij meemaakt met haar zoon.
    Wat zij te stellen heeft. Alles met liefde.Deze keer vraagt Esther zich hardop
    af of accepteren moet. Ik kijk er op 2 manieren naar. Ik heb een gevoel en een
    mening over acceptatie in de situatie waarin Esther zit. En ik kijk naar mijn
    eigen. Ik krijg bij tijd en wijle ook het een en ander voor mijn kiezen, waarbij
    acceptatie een aandachtspunt is, iets om bewust en onbewust aandacht aan te
    besteden. Eerst Esther…

    Accepteren, moet dat?

    Lieve Esther,

    Wat een prachtig geschreven blogpost. Laat ik beginnen met je te zeggen dat het
    mijn vaste overtuiging is dat accepteren van de, van jouw situatie en jouw
    liefde voor Tom geen donder met elkaar te maken hebben. Niets… Ik zie, ik
    proef, ik voel onvoorwaardelijke liefde voor een prachtig kind. Een kind met
    meer gebruiksaanwijzing dan de meeste andere kinderen. Dat is waar, feitelijk
    vast te stellen. Waar en zwaar. Maar wat heeft dat met accepteren te maken?
    Niets toch? Nou ja, in het dagelijkse misschien. In de zin van ‘ik kan de
    situatie niet veranderen’, of ‘het is wat het is’. Dus je handelt naar wat de
    dagelijkse (of nachtelijke) situatie vraagt. Vanuit je moederschap, vanuit
    onvoorwaardelijke liefde, vanuit de Esther, die jij bent.

    Accepteren? Daar is in het dagelijkse helemaal geen tijd voor. En ik denk dat
    het niet van belang is, geen waarde heeft om er mee bezig te zijn. Je hebt
    gekozen voor Tom en daarmee geaccepteerd. Op hoog niveau geaccepteerd. Wetende
    dat Tom altijd zorg nodig zal hebben, doe je wat iedere ouder doet: naar
    vermogen je kind begeleiden naar de toekomst. Dat vraagt van jou en je gezin
    meer dan van de Familie Doorsnee en van Jan, Jans en de kinderen. En ik stel me
    zo voor dat daar, op een ander niveau dan je onvoorwaardelijke keuze voor Tom,
    acceptatie wel kan opspelen. Verdorie alweer een gebroken nacht, alweer iets in
    huis gesneuveld, alweer extra verschoning, extra was. Alles plannen. En steeds
    maar bijzondere dingen. Wat gewoon een half uurtje tandarts is, is voor jou en
    Tom een wereldreis en een wereldonderneming tot en met narcose. Heel ontregelend
    voor allemaal. Spontaan en ad hoc zomaar iets doen is bijna out of the question.
    Dat vraagt heel heel veel aanpassing en improvisatie van jullie. Dat steeds maar
    slikken, steeds maar accepteren, dat lijkt mij ondoenlijk. Lijkt mij niet alleen
    ondoenlijk, dat IS ondoenlijk. Onacceptabel welke impact het allemaal heeft. En
    dan baal je, en dan probeer je je vast wel eens een voorstelling te maken van
    hoe het zou zijn met een Tom zonder zijn beperkingen. Dan knal je vast wel eens
    met je kop tegen de muur omdat niks vanzelf en niks vanzelfsprekend is…

    De vraag is in hoeverre dat raakt aan acceptatie zelf. Ik denk niet of
    nauwelijks. Ik denk, ik zie, ik voel dat jouw acceptatie ligt opgesloten in jouw
    keuze om de zorg voor Tom op je te nemen. Vol overgave, vol liefde. Grote
    offers, zoals jij ze brengt, bestaan uit liefde, maar ook uit acceptatie op
    ‘hoog niveau’. Dat er in de dagelijkse praktijk hobbels zijn en dat je vast soms
    verzucht hoe het anders had kunnen zijn, doet er helemaal niets aan af. Dat dat
    handen en voeten krijgt in de rouwverwerking volgens Elisabeth Kübler-Ross en in
    nog veel meer bewuste en onbewuste dingen, dat zal zo zijn. Maar het is bovenal
    de bijzondere mens, vrouw en moeder Esther, die het doet. Die strijdt en wint.
    Met Tom, maar even goed met man en dochter. Ik heb daar oneindig respect voor en
    ben blij dat ik een beetje mee mag kijken. En nee, accepteren moet niet, dat is
    bedacht. Er is geen reden voor acceptatie, alleen voor ‘omgaan met’…

    Ik houd van jou!

    Liefs,

    Ruud.

    Acceptatie?

    Anders dan Esther schrijf ik niet over mijn naasten, alleen over mezelf. Maar
    laat ik zeggen dat ik een klein beetje meemaak wat het is om een
    niet-doorsneekind te hebben. Niet in verhouding met de opgaven waar Esther voor
    staat, maar het maakt meevoelen wel gemakkelijker.

    Nee, als het om acceptatie gaat, dan heb ik genoeg aan mezelf. Acceptatie van
    mijn fysieke beperkingen, acceptatie van mijn op grote schaal falend lijf. Ik
    maak wat mee op dat gebied. En meestal niet van harte.

    Accepteren? In welke betekenis dan? Zullen we eerst eens even lekker semantisch
    discussiëren? Een paar betekenissen en synoniemachtigen dan maar…

    aanvaarden
    aannemen
    erkennen
    inwilligen
    erkennen
    dulden
    nemen
    pikken
    slikken
    verdragen
    vreten
    ermee kunnen leven
    omarmen
    velen
    je neerleggen bij
    toelaten
    toestaan
    tolereren
    je schikken in
    inzien
    onderkennen
    verdragen
    verduren
    je schikken in
    berusten
    Bij al die woorden, begrippen, zit wel iets van ‘accepteren’, zoals ik dat doe,
    meemaak, voel. Allemaal bevatten ze een bepaalde aspect van de worsteling, die
    altijd vermoed wordt als het gaat om ‘accepteren’. En dan niet in de zin van de
    Nobelprijs accepteren, of een flinke erfenis. Accepteren in de zin van omgaan
    met iets (heel) onprettigs. Accepteren in de zin van er chronisch mee kunnen
    leven.

    Accepteren

    Ik vind accepteren eigenlijk een begrip wat ik niet op mezelf van toepassing
    wens te verklaren. Ik maak veel mee met mijn steeds weer falend lijf. Accepteer
    ik dat? In zekere zin. Want anders zou mijn leven onleefbaar worden. En grosso
    modo, dat ook. Omdat het niet anders is. Omdat ik maar beperkt invloed heb op
    wat mijn lijf uitspookt in zijn falen. Op dat niveau is accepteren
    onontkoombaar, omdat anders mijn leven op zou houden leefbaar te zijn. En dat
    laat mijn geest toevallig niet gebeuren. Een mechanisme om dat te bereiken, om
    dat te kunnen, is acceptatie.

    Onevenredig?

    Tegelijkertijd kan ik als 55-jarige niet accepteren dat ik anders ben, een ander
    dan doorsneelijf heb. Hoe groot is de kans dat je op je 12e diabetes krijgt (met
    helemaal geen voorgeschiedenis in de familie) én net voor je 18e je vader omkomt
    bij een ongeluk én op je 27e een kwaadaardige tumor aan je tong hebt én kiest
    voor een vlucht in de alcohol, om die jaren later weer af te zweren én met
    amputaties en heel veel ongemak in gips en op krukken door diabetescomplicaties
    te maken krijgt van je 40e tot nu aan toe én met een sepsis op je 46e tussen
    leven en dood zweeft op de intensive care? Hoe groot is de kans dat één mens dat
    allemaal meemaakt. Heel klein, denk ik. Maar het is de rode draad door mijn
    leven. Dat accepteren? Waarom zou ik? Op ‘hoog niveau’ een eenvoudig antwoord.
    Accepteren omdat het leven zo ontzettend veel meer biedt, oneindig veel meer
    biedt, dan er door mij aan shit te accepteren valt. Omdat de balans in mijn
    leven ondanks alle shit nog altijd naar het positieve uitslaat. Daarom.

    Gelaagd

    Het is gelaagd, die acceptatie. Het is uitgesloten dat ik ooit de marathon van
    New York zal lopen. Komt me niet slecht uit, want ik heb van jongs af een
    bloedhekel aan lopen, of het nu wandelen is of hardlopen. Dus ik accepteer dat
    ik de marathon van New York nooit zal lopen. Of welke andere marathon dan ook.
    Helemaal niet erg, gemakkelijk te doen… Niettemin heb ik goede herinneringen
    aan een driedaagse wandeltocht door het ruige berggebied in Noorwegen. Waar ik
    bijna een hartstilstand kreeg toen ik haast op twee alpensneeuwhoenders trapte,
    die verscholen in de struikjes op mijn pad zaten en met een enorme kakafonie
    verontwaardigd opvlogen. En waar ik op een hoogvlakte, me een pad banend door de
    struiken, op een open plek oog in oog (nou ja, het beest torende met kop en
    schouders boven mij uit) stond met een enorme eland. Die harder van mij schrok
    dan ik van hem (of haar). Ik ben 55 jaar oud en ik kan heel veel niet (meer) wat
    ik graag zou willen en ook wat leeftijdgenoten (nog) wel kunnen. Accepteer ik
    dat? Niet echt. Ik heb daar verdriet van, vaker dan ik zou willen. Aan de andere
    kant: er is veel dat ik nog kan en dat ik graag doe. Beter om daar mijn energie
    in te steken dan in het blijven hangen in mijn ongevraagd opgelegde beperkingen.

    Lessen

    Ik ben 55. En stukken rustiger dan 15, 20 jaar geleden. Gemakkelijker in het
    over shit heenstappen. Lessen geleerd. Lessen die ik natuurlijk soms vergeet.
    Maar ook vaak gebruik. Lessen geleerd in werk en in mijn privéleven.
    Bijvoorbeeld het steeds beantwoorden van de vraag ‘heb ik er invloed op, kan ik
    iets bijdragen of veranderen?’ Als het antwoord ‘nee’ is, werkt het het best om
    het probleem onmiddellijk terzijde te schuiven (en dus te ‘accepteren’). Is het
    antwoord ‘ja’, dan is het mijn zaak om die dingen te doen, die positieve
    beïnvloeding zo veel mogelijk laten opleveren. En zo zijn er veel meer lessen.
    Niet dat het leven eenvoudig is. Niet dat het steeds maar inleveren makkelijk
    is. Maar mijn falend lijf doet niet anders. En verschilt dat zo heel erg van de
    vraagstukken waar iedereen die ouder wordt mee te maken krijgt? Ik denk zomaar
    van niet. Goed, ik ben misschien eerder aan de beurt met mijn gebreken,
    misschien wel veel eerder en misschien wel oneerlijk eerder. Maar in het grotere
    geheel? Ben ik niks bijzonders… Dat daar lang niet altijd zo voelt, is waar…

    De bodem van de put

    Ik haal er, als het om accepteren gaat, 1 ding uit. Ik ben in de loop van de
    afgelopen maanden het vertrouwen in het herstelvermogen van mijn eigen lijf
    verloren. Ik kan dat iedereen van harte afraden, maar ik kon het niet voorkomen.
    Want wat ik ook deed sinds half mei, alles leidde tot achteruitgang. Om helemaal
    gestoord en moedeloos van te worden. Steeds weer slechter. Het is heel erg om
    dat vertrouwen te verliezen. En het heeft alleen met een bepaald aspect van
    accepteren te maken. Namelijk ‘berusten’.

    Als ik berust, laat ik los, dan wil ik niet meer vechten voor beter. Dan
    accepteer ik feitelijk de situatie. En lijd verlies. Na een week ziekenhuis,
    begin september, ik ben dan meer dan 3 maanden achteruit gekakeld met mijn voet,
    geef ik het op. Ik geloof niet meer dat mijn lijf zelf gaat bijdragen aan
    herstel, in welke vorm dan ook. Ik word er moedeloos van en compleet
    lamgeslagen, lethargisch. Eng, als ik er op terugkijk. Maar wel een vorm van
    acceptatie in pure vorm. Eentje die ik ten koste van heel veel wil vermijden.
    Want het ging ook in het ziekenhuis elke dag slechter met mijn voet. Vrijdag
    geopereerd en maandag met stoom en kokend water op de spoedlijst om te redden
    wat er te redden valt. Ik was er wel klaar mee, liet het gaan, liet alles over
    aan hullie en zullie. En het bleef maar verslechteren. Onhoudbaar. Onacceptabel
    ook.

    Uit de put

    Dus ik moest uit de put, of het nou goed zou komen met mijn voet of niet. Zonder
    uit de put te komen zou ik niet gezond kunnen overleven, hoe het ook met mijn
    onderbeen zou aflopen.. Ik heb gekozen, al wilde ik dat niet… Accepteren OK,
    maar berusten? Never. Ik kon uit de put klimmen dankzij een paar
    verpleegkundigen, waar ik mee praatte. Maar meer nog kon ik op de brede
    schouders in mijn netwerk klimmen. Op de schouders van bijvoorbeeld Esther. En
    van mijn trouwe bezoekers, die mij door goed eten mee te nemen mijn geestelijke
    én fysieke gesteldheid bevorderden. Trouw. Dat helpt. Trouw en verrassing. En
    social media, niet te vergeten. Waar ik echte vangnetten mocht gebruiken. En
    vrienden en vriendinnen grote betekenis voor mij kregen. Zoals Nicole, om nog
    een hele grote te noemen… Onbetaalbaar…Zo kwam ik uit de put. In meer of
    mindere acceptatie van de onderbeenamputatie, die mij boven het hoofd hing. Maar
    niet meer in berusting, al was dat eerst tegen beter weten in en met het idiote
    gevoel dat mijn lijf gewoon een andere kant op ging dan het behandelteam en ik
    nodig hadden… Uiteindelijk kwam het tot het onverwachte en eigenlijk al
    kansloze: na bijna 4 weken, de dag dat we zouden besluiten over een amputatie,
    ging mijn falend lijf overstag. En nu, anderhalve week later, sta ik op het punt
    om na 5 weken naar huis te gaan. Niet dat het probleem uit de wereld is, het kan
    nog elke dag misgaan.  Maar na 4 maanden ineens wel een positieve reactie,
    terwijl ik alle vertrouwen verloren was, dat is wel bijzonder. Ik ben er vrij
    zeker van dat als ik mijn berusting niet had omgebogen in strijdlust, ik nu in
    een ander traject verzeild was geraakt.

    Immanuel Kant

    In de filosofie van Immanuel Kant staan 4 vragen centraal. Ik sluit deze
    blogpost af met naar die vragen te kijken in relatie tot ‘acceptatie’.

    Wat kan ik weten?
    Wat moet ik doen?
    Wat mag ik hopen?
    Wie is de mens?
    Wat kan ik weten?

    Wat ik kan weten over mij en acceptatie is dat acceptatie voor mij een
    onduidelijk en ondeugdelijk begrip is. Een begrip dat ik eigenlijk wel kan
    missen. Omdat het te gelaagd is. En omdat elke dag en elke situatie om een ander
    iets van mij vraagt, vind ik ‘acceptatie’ een te stellig en inflexibel begrip.
    Ik kan niet alles accepteren. Van mezelf niet, van anderen niet. Wat kan ik nog
    meer weten? Kijk naar het nogal uitgebreide lijstje van begrippen, die met
    acceptatie samenhangen. Dan wordt acceptatie een veel te veelkoppig monster. Het
    steeds maar betrekken op wat er die dag is en speelt, dat vind ik zonde van mijn
    tijd. Ook dat kan ik weten: het is te ingewikkeld om elke dag, in elke situatie,
    mee te laten spelen.

    Wat ik ook nog denk te weten is dat ‘acceptatie’ een ding is dat door de
    omgeving wordt opgelegd. Wat ik me soms laat opleggen, meer. Acceptatie is een
    soort maatschappelijke norm, en ik weet dat ik niet goed ben in het volgen van
    dat soort normen. Belangrijker dan ‘acceptatie’ is wat mij betreft ‘coping’, het
    zo gezond mogelijk omgaan met ongewenste shit. ‘Coping’, ik weet het uit
    ervaring, is oneindig flexibeler dan ‘acceptatie’, een statisch concept.

    Wat moet ik doen?

    Ik denk dat ik niet zoveel hoef te doen. ‘Acceptatie’ als begrip zo links
    mogelijk laten liggen. Omdat het me niks brengt. Wat ik maandag accepteer is
    vanuit het perspectief van dinsdag of zaterdag misschien wel compleet
    onacceptabel. Wat heeft het dan voor zin om iets te doen met ‘acceptatie’.
    Tenzij ‘acceptatie’ is dat ik steeds opnieuw mijn leven desondanks waardeer. Met
    plezier. Dan is ‘acceptatie’ door coping geflexibiliseerd en dat is waar ik wel
    naar wil streven. Overigens onafhankelijk van druk uit de omgeving… Ik stop
    met accepteren, en de blogpost van Esther maakt dat besluit. Zó waardevol

    Wat mag ik hopen?

    Ik mag hopen dat mijn coping voldoende is voor een positieve balans in mijn
    leven. Ik mag dat niet alleen hopen, ik ga dat actief beïnvloeden. En ik mag
    hopen dat mijn netwerk me zoveel vangnet biedt als ik nodig heb. Dat ik vrienden
    en vriendinnen om me heen mag hebben en houden om mee te delen. in
    tweerichtingsverkeer.

    Wie is de mens?

    Ik ben ik. Het is aan jullie om dat te accepteren :-))

    Ik ben met vele gebreken, fysiek en in mijn gedrag. Ik sta als mens, als
    persoon, stevig in mijn schoen. Omdat ik ben. Ondersteund door veel lieve
    mensen. Ik ben me er steeds meer van bewust dat ik afhankelijk ben van een sterk
    sociaal netwerk. Ik ben er trots op dat ik het netwerk heb dat ik heb. En er
    oneindig blij mee. Ik ben de mens, die dat netwerk koestert en zo sterk mogelijk
    wil maken en houden. Dat ben ik.

    Laatste woord

    Omdat je van goud bent, Esther, en je dat klaterend deelt, gun ik je het
    volledig loslaten van ‘acceptatie’ als lodendeurbegrip en wens ik je dagelijks
    geluk, hoe zwaar de dag of nacht ook is. Jij kunt ‘copen’, beter dan accepteren.
    Ik zweer het je.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s