Narcose

“Koekje?” vraagt Tom als ik limonade bij hem neerzet.
“Nee lieverd, we nemen geen koekje.”
Hij moet nuchter blijven voor de narcose later die dag. Leg dat maar eens uit…


“Geen koekje”, herhaalt hij, kijkt me nog even vragend aan en lijkt het dan, tegen alle verwachtingen in, te accepteren.

Ik probeer hem voor te bereiden op wat komen gaat.
“We gaan straks met de auto naar het ziekenhuis. De dokter gaat naar je tanden kijken.”
-‘Tandarts’ geeft waarschijnlijk een minder prettige associatie.-
“Auto! Ziekenhuis! Dokter!” herhaalt hij fladderend.
“En je krijgt een kapje voor je mond waardoor je gaat slapen.”
Ik probeer maar wat.
Tom is even stil. Roept dan: “Kapje! Roodkapje!” en begint te zingen: “Zeg Roodkapje waar ga je henen…”.
Ik laat het er maar bij en zing mee.

Eind van de ochtend rijden mijn man en ik met onze kerngezonde zoon naar het Wilhelmina Kinderziekenhuis. Tom mag daar in zijn buggy. Het past nog net. Hij vindt het fijn. Het geeft hem duidelijk een gevoel van veiligheid. Net als zijn pet met grote klep, die hem een beetje lijkt te beschermen tegen de buitenwereld.

Even zoeken naar de juiste afdeling. De baliemedewerkster vraagt zelf al: “Een polsbandje wordt zeker lastig?” en we hoeven dat alleen maar te beamen. Het bandje gaat om zijn tas. Fijn, dat van zoiets geen probleem wordt gemaakt. Dat was ooit wel anders, toen hij buisjes kreeg…

De verpleegkundige van de afdeling blijkt goed op de hoogte van onze situatie en hoe Tom is.
“Eigenlijk zou hij nu omgekleed op bed naar de OK moeten, maar ik mag deze keer een uitzondering maken.”
Wat is dat fijn, zoveel begrip en medewerking! Wat een opluchting.
Tom gaat in zijn eigen kleren in de buggy richting OK. We worden opgevangen door een hartelijke anesthesist.
“Willen jullie allebei mee naar de OK?”
“Mag dat?”
“Als jullie willen mag dat.”
Tom zit star in zijn buggy, slechts kijkend naar Hopla op een tablet.
We moeten een OK-pak aan.
De anesthesist maakt met zijn telefoon een foto van ons. “Het is zo’n mooi plaatje.”
Het voelt allemaal heel onwerkelijk.

In onze blauwe pakken rijden we Tom in z’n buggy de OK in. Hij heeft z’n pet nog op.
Operatieassistenten staan klaar.
“De ouders hebben de regie,” zegt de anesthesist meteen.
Ik lach wat verlegen.
Slik. Help. De regie.
Gelukkig is mijn man een stuk stoerder.
Er wordt nog even geopperd Tom ‘droog’ te laten oefenen aan het kapje. “Nee, laten we meteen maar doorpakken.” Hij heeft gelijk.
Dan gaat het snel.
Vele handen pakken Tom vast. Mijn man hurkt voor hem, hij heeft Toms armen vast. Hij praat. Dat alles goed komt. Dat hij even gaat slapen. Dat hij een kanjer is. Ik hurk erbij, knik en fluister wat. Meer lukt niet. Dat witte bekkie, die angstige ogen, die plastic kap.
Het duurt lang voordat hij zijn strijd tegen de slaap opgeeft.
“Volgende keer krijgt hij vooraf Valium,” zegt de anesthesist nog. Dat lijkt me een prima plan. Waarom heeft hij dat niet dit keer al gehad? Achteraf lijkt niemand dat te begrijpen.

Wachten duurt lang. Zeker in een ziekenhuis. Het duurt lang genoeg om te vergeten dat het hier slechts een gebitscontrole betreft, en lang genoeg om allerlei vreselijke complicaties te bedenken.

Op de uitslaapkamer wordt meteen verteld dat alles goed is gegaan. Wat tandsteen, 2 gaatjes. Wat extra verdoving. Nu moet hij alleen nog even wakker worden.

Het is raar om zolang te zitten kijken naar onze slapende zoon.
Steeds komt iemand vragen hoe het gaat. Heel prettig en zorgzaam.

Tom wordt wat norsig wakker. Logisch. Ik kan nog net voorkomen dat hij z’n infuus eruit trekt.
Ik aai en kus en knuffel zoveel hij toelaat. Leg uit waar we zijn. En dat we strakjes weer naar huis gaan.
Tom hijgt “huis” en wil meteen uit bed springen, maar voelt dan zelf ook wel dat dat nog niet echt lekker gaat en valt weer terug.

Gelukkig mag na een paar slokjes water zijn infuus eruit. Hij krijgt een waterijsje en ook nog een knuffelkameel. Hij is heel hees van het intuberen, en zachtjes klinkt zijn “Dankjewel” tegen de verpleegkundige, en dan “Huis? Auto?”.

20150819_WKZ

Hij is stilletjes op de terugweg. Ik ga naast hem zitten, achterin. Hij kijkt me af en toe aan, zoals hij nooit naar me kijkt. Een beetje verontwaardigd. Ik voel me schuldig. Was dit echt nodig? Ja, natuurlijk. Tom heeft toch ook recht op een gezond gebit. En het was -gelukkig- niet voor niets. Maar toch.
Ik ben blij als hij halverwege de rit mijn kant op gaat hangen in plaats van tegen zijn portier. Zijn hoofd tegen me aan. Het voelt alsof hij niet boos meer op me is.
Ach. Hij voelt zich natuurlijk beroerd. Ik hou hem goed in de gaten. Het slikken. Het zuchten. Plastic bakje in de buurt…
Inééns gaat hij rechtop zitten en roept: “Pizza? Navond pizza eten?”
Hij blijft ons verrassen. Opgelucht zeg ik hem dat we kippensoep eten.
“Kippensoep. Níet pizza”, zegt hij, en hangt weer tegen me aan.

Tom slaapt redelijk, die nacht, en is ’s ochtends vroeg meteen al erg levendig, wat ik dit keer helemaal niet erg vind.
In de brief die we van het ziekenhuis mee naar huis kregen staat het advies om het nog een dagje rustig aan te doen. Dat spreekt me wel aan.
We zijn met z’n tweeën vandaag. Een hangdag. Een muziekje, een filmpje, een beetje spelen in de tuin.
Tom is hangerig, hij vindt het wel lekker allemaal. Hij wil me graag in de buurt. Hij buiten, ik buiten. Hij binnen, ik binnen. Als ik boven even snel iets ga halen komt hij meteen achter me aan. En meteen weer achter me aan terug.

Tevreden zit hij met een cola-calippo op de bank tv te kijken. Af en toe lacht hij. Dwars door de TikTak-geluiden zingt hij vrolijk: “Zeg Roodkapje waar ga je henen…”
“Pas maar op daar komt de wolf aan…”, kom ik zogenaamd dreigend op hem af. Hij schátert.
Goed zo, stoere jongen, lach maar lekker. We hebben weer een hindernis overwonnen.

 

 

Wat hieraan voorafging:

Blog “De tandarts” (5 januari 2015)

Blog “De anesthesist” (1 mei 2015)

 

Advertenties

8 thoughts on “Narcose

  1. Fijn om te lezen dat het personeel van het ziekenhuis jullie zo op het gemak stellen en goed op de hoogte zijn rondom de situatie van jullie zoon . Ook fijn om te lezen dat alles goed verlopen is ….

  2. Bij ons werd dit een akelige ervaring. Hij zou zogezegd als 1ste geholpen worden, maar ging uiteindelijk als laatste de OK binnen en wou natuurlijk ook geen kalmerend middel vooraf dus werd het een echte strijd daar.
    Binnenkort zijn we weer aan de beurt. Ik hou mijn hart al vast.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s