Een zonnige middag

We waren vanmiddag samen, Tom en ik. Deze week zijn alle begeleidsters verhinderd.
Prettig als ik Rianne dan een dagje niet uit school hoef te halen. Dat wachten bij het schoolplein met een onrustige Tom op de duofiets is niet heel ontspannen. Hij wil eraf, maar dan krijg ik hem er niet meer op, en het in evenwicht houden van die zware fiets vereist aardig wat kracht.

Ze mocht bij een vriendinnetje gaan spelen. Dat was fijn. Zo’n zonnige middag in de tuin verloopt een stuk beter als er maar één is die wil trampolinespringen. En die blauwe bal wil. En dat rode gietertje.
Althans, meestal.

Vanmiddag ging alles moeizaam. Tom riep meteen om een “Badje! Badje!” want hij rook de zomer.
“Nee Tom, dat kan niet. Dat is te koud…’, pikte hij niet echt goed op.
Insmeren met zonnebrandcrème (“Nee!!”) versterkte blijkbaar de drang naar een badje. “Zwembroek? Zwembroek??!”

Ik veegde even wat in de tuin, en net toen ik een mooi hoopje veegsel weg wilde stoffer-en-blikken had hij het al opgepakt en de lucht in gegooid, zodat het prachtig over hem heen dwarrelde.
Toen ik opnieuw wilde vegen begon hij aan de bezem te trekken.
“Vegen! Vegen!”
“Nee Tom, máma gaat vegen.”
Misschien toch geen goed idee. Bezem snel in de schuur.

Ineens had hij een gietertje met een bodempje water te pakken, en zette dat aan zijn mond.
Mijn “Nee Tom, dat is vies!” kwam niet op tijd. Hoewel dat toch weinig had uitgemaakt.
Hij dronk en morste, en een paar druppels water zorgen er altijd al voor dat het betreffende kledingstuk diréct uit moet.
“Trui? Annere trui?” Vond ik knap gezegd. “Ja, mama pakt een andere trui. Eh, een ander t-shirt.”
Bij het stapeltje reservekleding dat beneden in de kast ligt – want dat is vaak nodig – lag helaas geen t-shirt, dus ik moest snel even naar boven.
Toen ik terugkwam had Tom over zijn blote bast zijn dikke bodywarmer aangetrokken.
Het zag er geinig uit, en ik lachte. Even die twijfel. Zo laten maar? Nee, te warm. Zit vast niet lekker.
Omkleedgegil.

Een pak van m’n hart toen hij even rustig ging springen op de trampoline.
“Mama ook?”
Harteloos zei ik: “Nee, mama niet.”
Door schade en schande wijs geworden. Het is echt-echt-echt heel leuk om met hem samen te springen, maar ik kom er dan echt níet meer vanaf zonder een drama. Bovendien was ik moe.

Tussendoor nog wat gemaild over de herindicatie en nog 2 telefoontjes gevoerd. O.a. met de wachtlijstbeheerder over het logeren. Of de urgentie nog even hoog was, werd gevraagd. Een golf van emoties. Buiten gebonk van Tom tegen de ramen, omdat hij niet alleen buiten wil zijn. Even ging door mijn hoofd: “Laat maar hoor, al dat gedoe …”, maar ik hoorde mezelf een beetje hees zeggen: “Ja! Ja. Ja. We wachten er met smart op.”
Naderhand had ik daar weer spijt van. Tja. Dat loslaten …

Om 17:00 werd Rianne – gelukkig – thuisgebracht. Met Tom erbij is het niet eenvoudig om haar op te halen. Aanbellen terwijl we op de duofiets zitten lukt nooit en hem even in de auto laten is ook geen succes. Tegenwoordig zet hij het meteen op een gillen en gaat tegen de portieren schoppen.

Rianne kwam binnen en pakte een glas water. Tom liep ook naar de keuken.
“Koken? Stukje vlees?”
“Ja, mama gaat straks koken.”
Ineens viel me op dat hij viezige bruine handen had. “Kom Tom, even handen wassen.”
Indrukwekkend gewoon. Hoe hij op de grond ging liggen krijsen. Alleen maar omdat ik dat zei.
Toen ik naar hem overhelde en in een vlaag van medelijden fluisterde: “Jochie toch,” voelde ik in een flits zijn voeten richting mijn hoofd gaan. Ik was net op tijd.
Ik zag Riannes blik.

Even slikken maar weer. Met Rianne kletsen. Ja, het was leuk geweest. Echt héél leuk.

“Ik neem hem wel even mee.” zei ze. Het zusje van 6.
“Kom, Tom!”
Samen renden ze de tuin in.

Ik kneedde gehaktballetjes en keek af en toe naar buiten. Het was vrij rustig.
Af en toe een gil van Tom. Riannes stem. “Gooi maar terug, de bal. Goed zo.”
“Kijk eens wat een mooie stok. Daar gaan we blaadjes op prikken. Leuk hè? Heel goed!”
Ik zag Tom fladderen.

Toen het tijd was om te eten kwamen ze binnen.
Om beurten wasten ze hun handen.

“Zo. Dat ging best goed hè?” Zei ze trots. Mijn kleine meid. “Ik ben ook een soort begeleidster.”

Ik wist niet wat ik moest zeggen. Het voelde ook een beetje raar in m’n keel. Ik kuste ze maar gewoon allebei.

Advertenties

10 thoughts on “Een zonnige middag

  1. Zo herkenbaar.
    Toen mijn kind zo oud was als jouw kind was er geen internet, mobiele telefoon. Kortom, ik was en ben een roepende in de woestijn.
    Wij hebben de laatste maanden weer van alle meegemaakt, en daar word je echt niet vrolijk van.
    Vandaag zelfs zeer verdrietig. Mijn kind is nu 32 haar en ik sinds heel kort 65 jr.

  2. Zo herkenbaar. De vermoeidheid, het verdriet, de wanhoop, de hoop, de liefde en haat. Het komt weer helemaal terug. Ook die praktische dingen als je kind ophalen of koken. Alles kost zoveel energie. Lief zoals je dochter doet. Deed mijn dochter ook. Doet ze nog en zal ze blijven doen. Het zal wel moeten…

  3. De moeite van opvoeden. De ballast van zorgen. Soms te zwaar. Maar oh zo licht in dat kleine moment van haar. De kracht van kinderen. Haar kracht. Jullie staan er niet alleen voor. Zij is er ook!

  4. Heel herkenbaar – de stuiterbal dagen, het gegil en gedoe…. En een lieve zus die probeert het draaglijk te houden. One day at the time…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s