Contact

“Tom, ik heb nu ook medicatie. Leuk hè?”
Ze zitten samen op de achterbank. We hebben Tom uit school gehaald. Rianne moest vandaag naar de astmaverpleegkundige en heeft nu –na jarenlang zónder- toch weer ‘pufjes’.
“Het is niet zo erg als jouw medicatie hoor, maar het is wel echt medicatie. Ik heb ook neusspray. Daar zit ook iets van medicatie in.”
Ze vindt het blijkbaar een mooi woord.
Tom reageert niet. Hij is gewend aan het gebabbel van zijn zusje. Ik vraag me altijd af wat hij ervan oppikt.
“Jij krijgt druppeltjes hè, door de vla.” En dan: “Màm, waarom krijgt hij die druppeltjes in vla?”
“Omdat ze heel vies zijn.”
“Jij krijgt druppeltjes in vla, omdat ze heel vies zijn.”
“Vies!” zegt Tom.
“Ja. Hele vieze medicatie. Dat heb je nodig.”
“Vieze melikásie!” Tom fladdert blij.
In mijn achteruitkijkspiegel zie ik Rianne tevreden knikken.

’s Avonds aan tafel.
“Tom, ik weet een mop. Kijk me eens aan.” Rianne probeert iets vrijwel onmogelijks. Tom reageert al niet zo gauw, maar als hij zit te eten al helemaal niet. Voor eten heeft hij al zijn aandacht nodig. Hij grinnikt hooguit wat in zichzelf.
“Jantjes vader heeft 3 kinderen. Kwik, Kwek én … ?”
Geen reactie.
“Ik denk dat het een beetje moeilijk is voor Tom,” zeg ik.
Rianne negeert mijn opmerking en herhaalt het mopje. Dit keer met de oplossing. “Jantje zelf!!” Vervolgens lacht ze hard. “Gráppig hè? Jantje zelf is natuurlijk ook een kind van die vader!”
Man en ik lachen om haar enthousiasme.
Tom kijkt me aan en vraagt: “Nog stukje vlees?”
“Nee Tom, het vlees is op.”
“Vlees is op!” En hij eet verder.
Hij grinnikt wat in zichzelf, zoals hij wel vaker doet.
“Hij snapt ‘m!” roept Rianne. Ze kijkt me triomfantelijk aan.

Altijd blijft ze contact maken. Ik bewonder haar erom. Ik merk dat het mij soms veel moeite kost. “Tom, was het leuk op school? Ging je gymmen?” Vaak herhaalt hij letterlijk mijn vraag. Of hij reageert totaal niet.
Als er niets in zijn ‘heen-en-weer-schriftje’ staat of op het weblog van de klas weet ik dus niets. Best lastig voor een moeder die graag alles weet. Op dinsdag lunchen ze op school, en ik ben dan benieuwd wat ze gegeten hebben.
“Tom, heb je soep gegeten?”
Hij: “Heb je sóep gegeten!”
Ik: “Heb je knakworstjes gegeten?”
Hij: “We gaan sóep eten! Met knakworstjes! Is lekker!”
Ik maak het er niet makkelijker op voor hem …

“Jij boft maar met zo’n grappige zus, Tom!” zeg ik.
“Nog spinazie?” vraagt hij.
We eten broccoli, maar dit vinden we ook al heel goed.
“Dat is ook groen,” zegt Rianne.
“Groen!” roept Tom blij.
Snel pakt Rianne een groene viltstift die in de buurt ligt.
“Kijk, ook groen!”
“Gróen!” roept Tom, en lacht recht in het gezicht van zijn zusje.

Advertenties

3 thoughts on “Contact

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s