Frisse moed (incl blog over vakantie Texel)

De vakantie is voorbij. De kinderen zijn bezig met hun 2e schooldag.
Tom had er zin in. Hij rende maandagochtend blij de school in, hing zijn jas op, ruimde zijn tas leeg, koos “Knexx” op het keuzebord en had binnen no time 3 prachtige windmolens staan. Hij heeft een andere juf, nieuwe kinderen in de klas, maar het maakt hem niets uit. Hetzelfde lokaal, dezelfde gang van zaken, daar gaat het om.

Ook Rianne was klaar voor groep 2, en het weerzien met vriendjes en vriendinnetjes. Een beetje spannend wel, een nieuwe juf en een nieuw lokaal, maar het was vooral “léuk spannend,” zo zei ze.

Voor Tom duurde de vakantie te lang, veel te lang. Na de eerste weken, waarin we relatief meer hulp hadden, gingen goed. Langzaamaan werd het moeilijker om hem bezig te houden. Steeds vaker zat of lag hij te jammeren. Er was maar weinig waar we hem een plezier mee konden doen. Ontzettend zielig, en ontzettend irritant. Zo´n lange vakantie, het wegvallen van de vaste schoolstructuur, het was moeilijk voor hem.

De laatste week gingen we op vakantie, naar Texel. We genoten van het prachtige weer, de mooie natuur, het strand, fietstochtjes, hardlooprondjes. Maar het was ook moeilijk, en een beetje pijnlijk. Daarover schreef ik voor Het Kinderpunt dit blog:

 

Op vakantie

Een week op Texel. Heerlijk! De derde keer al op dezelfde plek, in hetzelfde huis. Een vrijstaand huis met een grote omheinde tuin met daarin 2 schommels, een glijbaan, een boomhut, veel gras en struiken.
De heenreis gaat goed. Op de boot wat stress. We willen er graag even uit, dat moet toch kunnen met Tom, vind ik. Het kan, maar is erg intensief en man en ik moeten om de beurt flink achter hem aan rennen. Een hoop gegil en gesjor om op tijd weer in de auto te komen, maar goed, we zitten weer, het is mooi weer, en we zijn er bijna.

De kinderen zijn enthousiast. Ze herkennen het nog goed allemaal. Tom rent naar “zijn” kamer en begint te jammeren. Snel schuif ik zijn bed naar de kant, zodat hij een hoekje heeft. Net als de andere jaren. Hij wordt weer rustig. Rianne vermaakt zich al snel prima in de tuin.
Tom rent het huis door, daarna een paar rondjes door de tuin -waarbij man of ik hem “in het oog” hebben, aangezien hij zelf het tuinhek open zou kunnen doen, en er zelfs overheen zou kunnen klimmen-, waarna hij in de woonkamer op de bank neervalt en gilt: “Televisie kijken!”
“Ga maar buitenspelen, Tom,” zeg ik. “Kom, we gaan naar de boomhut.”
Hij kijkt me aan en met al zijn kracht gilt hij “Neeee!”

Tom slaapt nog slechter dan thuis. Bijna alle nachten is hij vanaf 2:00 à 3:00 wakker. Een vakantiehuisje is stukken gehoriger dan thuis, dus man en ik zijn allebei elke nacht wel even wakker. Een van ons blijft bij Tom, om te proberen hem rustig te houden. Gelukkig staat er een extra bed op zijn kamer, zodat we comfortabel bij hem kunnen liggen, maar in de nacht urenlang proberen je kind zijn mond te laten houden is lastig. Onbereikbaar is hij dan. Zinnetjes uit de Teletubbies, gejammer, harde kreten, het gaat maar door. Vermoeiend. Kwellend. Blij als het ochtend wordt.
Rianne, die gelukkig meestal door de herrie van Tom heen slaapt en rond 7:00 wakker is, klaar voor een nieuwe vakantiedag -“mam, de zon schijnt!”- helpt het zware vermoeide gevoel te verdrijven.

Met Tom erbij moet er een planning zijn. Een beetje hangen en “we zien wel wat we gaan doen” is er niet bij.
We zijn goed voorbereid. Veel speelgoed, knutselmateriaal, Knex, dvd’s, etc. mee. Maar Tom is moeilijk bezig te houden. Dat is hier nog veel duidelijker dan thuis.
Hij jammert veel, vraagt om “school?”. Wil graag “fietsen!” maar na 10 minuten op de fiets gilt hij “speeltuin?” en na 20 gezellige minuten in een speeltuin -waarbij we de vage poeplucht om hem heen negeren want hij speelt éindelijk leuk- begint hij te roepen om “iets lekkers” of “een bal” of wil hij “met de auto!”
En als we uiteindelijk weer weggaan… “Neeee! Neeee!”
We zijn een attractie, steeds weer. Die blikken.

Kijk die ouders hun kind eens niet onder controle hebben…

Onrust. De vermoeide blik in mijn man z’n ogen. Vrolijke Rianne. Blijven lachen, voor hem, voor haar.
Naar het strand gaan met Tom is geen succes. Op mijn aandringen –ik wilde zo graag, gewoon, met z’n vieren- hebben het nog eens geprobeerd, maar… Tom, die niet kan zwemmen, ziet geen gevaar, wil diep de zee in, blijft niet bij ons, gilt als ik hem vast wil houden, rent weg, gooit met zand naar alles en iedereen… Kortom, geen leuk uitje. Man heeft Tom van het strand moeten tillen.
Rianne kneep in mijn hand en zei: “Het was toch even leuk hè?”

Een dag later ga ik samen met Rianne naar het strand. Het is heerlijk, heel gezellig, en zó ontspannen. Niet teveel om je heen kijken, niet teveel nadenken, gewoon genieten.
Met z’n tweeën gaan man en Rianne naar Ecomare. Eventueel met z’n allen gaan is geen punt van discussie.
Even denk ik nog dat het misschien wel lekker is, zo’n zonnige hangochtend. Tom wat rommelend in de tuin. Beetje ballen samen. In het tentje spelen. Iets bouwen. Maar hij is onrustig, wil niets. Jammert. Ik knuffel hem, wil dat hij zich fijn voelt.
Hij zegt: “Waterijsje?”
Ach, natuurlijk. Rianne zal ook wel iets lekkers krijgen. Na 5 minuten is het ijsje op. “Televisie kijken?” Ach, oké dan. Ik ben moe van de paar uur slaap en vind het best. Ik duw mijn slechte-moeder-gevoel weg en zet Hopla op. Tom gilt, pakt het mapje dvd’s, bladert er doorheen en gooit het weg.
Opborrelende wanhoop.

Ik krijg een Whatsapp van mijn man met een foto van een blije Rianne bij een zeehond. Hij vraagt of het gaat. Snel antwoord ik “Príma!”, plak er nog wat smileys en kusjes bij.
Dan ruik ik poep.
Als Tom verschoond is roep ik: “Kom, we gaan naar de speeltuin. Met de buggy.”
“Buggy!”
Oh nee. De buggy ligt nog achterin de auto. En daarmee zijn man en Rianne weg. Dan maar achterop de fiets. Dat gaat nog nét. (De duofiets hebben we thuis moeten laten.)

Het is druk in de speeltuin.
Na eerst wat vrolijk rondgerend te hebben, gaat Tom het springkussen op.
Ineens gaat hij midden op het springkussen zitten jammeren. Waarom? Ik weet het niet.Weer die blikken van mensen. Tom’s harde, dierlijke kreten. Ik zeg hem zo rustig mogelijk dat hij moet stoppen. Mijn medelijden, mijn boosheid, mijn schaamte. Ouders die hun kindje bij Tom uit de buurt halen. Ik bekijk mijn zoon door hun ogen. Ik begrijp hen.
Hij wordt groot voor zo’n springkussen. Voor de meeste speeltoestellen. Volgend jaar is hij 8, en nog groter.

Op een middag gaan we even een dorpje in. Met de auto, zodat de buggy mee kan, en Tom daarin kan zitten. Het gaat goed, al blijft Tom af en toe “speeltuin!”roepen en gillen, ondanks onze uitleg dat we dat nu niet gaan doen. We kopen een ijsje, lopen wat rond. Leuke restaurantjes, gezellige terrasjes. Rianne huppelt. Zij beseft gelukkig nog niet hoe deze week om haar broer wordt heengekneed. Hoe groot zijn stempel is.

“Volgende keer moet hij misschien niet meer mee.” zegt mijn man ’s avonds. Ik begrijp hem zo goed. Ik knik. Alles in mij krimpt samen.
We kijken elkaar aan en zeggen niets meer.

Het is zaterdagmiddag. We zijn weer thuis. Tom rent de trap op, naar zijn kamer.
Rianne rent de achtertuin in.
“Het was supersuperleuk op Texel!!” roept ze tegen het buurmeisje.

Ik loop naar Tom’s kamer. Hij ligt op zijn bed. Hij kijkt me aan en wijst naar zijn plafond waar –al jaren- fluorescerende sterren geplakt zitten. “Mooooi!”
Hij kijkt blij.

 

En nu, met frisse moed beginnen aan een nieuw schooljaar. Yiehaa!

20130903_collage_Texel

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s