Winkeltje spelen

Rianne en ik spelen winkeltje. Ik ben de klant, Rianne is de winkeljuffrouw. Ze verkoopt alle supermarktmini’s die ze heeft, en ik sla even flink in.
Na het afrekenen vraagt Rianne:”Heeft u nog een kind thuis?”
”Jazeker.”
”Een meisje?”
”Ja.”

Hoe oud is ze?”

4.”

Niet 4-en-een-half…?”
”Ja, inderdaad, 4-en-een-half.”

Houdt ze van stickers? En van prinsessen?”
“Ja, daar is ze dol op!”

Rianne pakt een velletje prinsessenstickers en stopt die erbij in het tasje.

Dank u wel,” zeg ik, “dat zal mijn dochter mooi vinden.”

Rianne is een “brus”. Van Dale kent het woord niet, Wikipedia beperkt zich tot de betekenis “broer of zus”, maar inmiddels is me duidelijk dat een “brus” zoveel wil zeggen als: een broer of zus van iemand met een lichamelijke of verstandelijke beperking of een psychiatrische aandoening. Vaak gebruikt in combinatie met autisme.

Aangezien ik erg blij ben met mijn kind-zonder-label, heb ik het woord “brus” vaak weggewuifd, als het genoemd werd door hulpverleners. Echter, een stapje verder in mijn acceptatieproces, leek het me goed er eens wat meer over te lezen. Ik ontdekte dat er speciale websites zijn voor brussen, en dat het Centrum Autisme “brusjesgroepen” organiseert.

Psycholoog Marieke Gommans, werkzaam als autismespecialist bij Autisme.nl, heeft een onderzoek gedaan bij 16 jongvolwassen brussen. In haar onderzoeksrapport las ik over de risicofactoren van het “brus zijn.” Met name “te weinig aandacht”en “ongelijke behandeling” zijn aan de orde, met als mogelijke gevolgen: onzekerheid, eenzaamheid en depressiviteit.

Het goede nieuws: Gommans heeft kunnen concluderen dat bij de meeste brussen aanpassingsvermogen, inlevingsvermogen en verantwoordelijkheidsgevoel bovenmatig zijn ontwikkeld. Hetzelfde geldt voor verdraagzaamheid, behulpzaamheid, perfectionisme en zelfstandigheid. Als voorwaarden voor deze positieve eigenschappen worden genoemd: veel liefde en begrip van de ouders, open communicatie over de problematiek van broer of zus, en het krijgen van complimenten en bevestiging. Niet heel verrassend om te lezen, maar een beetje extra bewustwording is nooit verkeerd.

Ik maak aanstalten om te vertrekken uit de denkbeeldige winkel, maar Rianne is nog niet klaar.

Heeft uw dochter soms een autistische broer?”

Die zag ik niet aankomen.

Ja, dat klopt.”

Is ze daar altijd lief tegen of ook wel eens stout?”

Meestal is ze lief, soms een beetje ondeugend.”
Na een korte stilte vraagt Rianne: ”Is ze soms jaloers? Omdat hij wel dingen mag die zij niet mag? Of omdat er soms mevrouwen komen om met die broer te spelen en ze dan niet voor haar komen? En vindt ze het lastig dat die broer soms haar spullen stuk maakt of zomaar heel hard schreeuwt?En dat hij nooit lief tegen haar is? En is ze dan soms ineens heel erg verdrietig?”

Vragend kijkt ze me aan en ik voel iets prikken in mijn hoofd.
”Ja, dat zou heel goed kunnen.”

Ik zet me schrap voor wat nog komen gaat, maar de winkeljuffrouw vindt het wel goed zo.

Alstublieft en een prettig weekend.”

Vriendelijk glimlachend overhandigt ze mij het tasje met mini-boodschappen.

De groeten aan uw kinderen!”

Dag lieve, lieve, lieve winkeljuffrouw.”

Neeee, dat zegt een klant nooit!” giechelt ze.

Dochter Rianne kan zich over het algemeen goed uiten. Ze kan helder onder woorden brengen wat haar dwars zit. En als het even niet zo makkelijk lukt, verzint ze wel een manier. Winkeltje spelen, bijvoorbeeld.

Links:

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s