Hardop schrijven & Iets lekkers

Vanaf nu zal er af en toe een stukje van mij staan op http://www.hetkinderpunt.nl

“Het Kinderpunt is een wegwijzer voor de zoekende ouder, van kinderen in ‘t bijzonder! Sociale, emotionele of medische situaties bij kinderen, vragen soms om meer uitleg en ondersteuning. Het Kinderpunt wijst u de weg, met een website vol nieuws, inspirerende artikelen, handige producten, interessante bedrijven en professionele deskundigen.”

Hier stel ik me voor: http://www.hetkinderpunt.nl/de-redactie-van-het-kinderpunt/

En hier staat mijn eerste stukje: http://www.hetkinderpunt.nl/hardop-schrijven/

Kom eens langs! 🙂

Inmiddels bestaat Het Kinderpunt al een tijdje niet meer. Hieronder staan mijn blogs ‘Hardop schrijven’ en ‘Iets lekkers’.

Hardop schrijven

Achter Tom aan loop ik de trap op naar zijn zolderkamer. Hij kruipt onder zijn dekbed, en na een gezongen gebedje en een dikke kus, zegt hij, een beetje langs me heen kijkend:
”Tot ziens. Succes schat.” Manieren van groeten die hij heeft opgevangen.
Na een dikke knuffel loop ik weg. Aan de andere kant van de deur blijf ik wachten, want, zoals elke avond, kruipt Tom nog een keer uit bed en gaat op de grond tegen de muur liggen schoppen. Ik ga zijn kamer weer in en zeg:”Nee, dat mag niet. Tom gaat in bed. Welterusten.”
Hij kruipt weer in bed en gaat slapen. Een vast ritueel.

Toen ik 5 was kreeg ik een dagboek van Sinterklaas. Sindsdien schrijf ik. Vooral voor mezelf, als uitlaatklep, soms voor mensen in mijn directe omgeving, en nog maar kort geleden zette ik voor het eerst iets online. Na lang piekeren. Het is een beetje eng om je gedachten, je angsten, maar ook je geluk onder woorden te brengen. Hardop te zeggen. Laat staan op te schrijven. Gewoon zoals het is. “Hardop schrijven”, zeg ik wel eens voor de grap. Het zien staan. En het dan ook nog aan anderen te laten lezen. Je weet niet hoe de reacties zullen zijn, en of het überhaupt boeiend is om te lezen.
Waarom nu toch wel? Het is fijn om te delen hoe leuk, verrassend, ontroerend en mooi een kind met autisme kan zijn. En hoe het soms werkt in een gezin met een “anders begaafd” kind. Hoe minder vanzelfsprekend sommige dingen zijn, en hoeveel blijheid en hoop een klein stapje in de juiste richting kan geven. Maar ook ben ik inmiddels van mening dat het geen zonde is om toe te geven dat je soms teleurgesteld bent, dat je soms zo moe bent, dat je soms bang bent, dat je het je zo anders had voorgesteld. Dat is niet erg. Alleen al het delen van die gevoelens kan alles weer iets lichter maken.

Zoon Tom (2006)  is een lieve jongen met klassiek autisme, een verstandelijke beperking, en een groot slaapprobleem.
Dochter Rianne (2008) is een slimme, vrolijke meid, die dagelijks de consequenties merkt van het leven met haar autistische broer.
Er is -gelukkig!- ook een man aanwezig. Online op de achtergrond, in real life zeker niet.

Rianne is nog wakker. Ik hoor haar zingen. Zachtjes loop ik haar kamer in om een kus te geven. Ik ga op de rand van haar bed zitten. Ik baal, omdat ik de zucht van vermoeidheid niet kan binnenhouden.
Helder klinkt het:“Mam, had je niet liever alleen mij gehad? En niet Tom?”
“Nee lieverd, het is prima zo. Papa en ik zijn heel blij met jou en met Tom.”
In het zachte licht van haar Hello Kitty lampje zie ik haar ernstige gezichtje.
”Het zou ook wel een beetje saai zijn, met z’n drietjes.”
”Hartstikke saai,” beaam ik met een glimlach.
Tevreden draait Rianne zich op haar zij. Ze slaapt al bijna.

 


 

Iets lekkers

Rianne heeft iets opgevangen. “Dus ìk moet morgen naar school, en Tom is vrij?”
Ze kijkt peinzend. Zo luchtig als ik maar kan, zeg ik:”Klopt. Tom heeft een studiedag. Dus wij brengen jou samen naar school, met de duofiets.”

Die ochtend laat ik Tom op het picto-weekoverzicht zien dat hij vandaag niet naar school gaat. Dat is raar, want op dinsdag gaat hij normaal wel. Het is sowieso raar, omdat hij maandag ook niet hoefde i.v.m. Pasen.
“We gaan Rianne naar school brengen.” Die zin herhaal ik een paar keer. Ook onderweg, en aangekomen bij haar school. “We gaan naar bìnnen. Naar Rianne’s school.”
Tom rent mee naar binnen, wat al een pak van m’n hart is, aangezien het schoolplein een aantrekkelijke glijbaan heeft. Hem daar alleen laten kan niet, en “even snel” van de glijbaan werkt niet bij hem. Hij moet dus meteen mee naar binnen.

In de gang, bij de kapstok ziet Tom allemaal kinderen die hun jas uittrekken.
“Tom, jas áánhouden,” maakt geen indruk. Vlug trekt hij zijn jas uit en laat die, met open mond om zich heen kijkend, op de grond glijden. Ik raap hem snel op. Die jas moet weer aan, maar dat is van later zorg.

Rianne loopt alvast de klas in. Bij de kleuters is het gangbaar dat ouders nog even meelopen naar binnen. Ik zeg nog snel “ik kom zo!” en grijp Tom, die weer richting uitgang rent. Hij is onrustig, uitgelaten. Mijn “we gaan naar Rianne’s klas” pikt hij goed op en hij rent joelend haar klas in. Gelukkig zijn kleuters de meest flexibele, tolerante wezens op aarde, en ik zie niemand verward of benauwd kijken. Met fladderende handen rent Tom de klas door en weer eruit, de gang richting bovenbouw in. Vlug geef ik Rianne een kusje en ren achter Tom aan, onderweg proberend mijn kalme glimlach te bewaren en zelfs nog een soort guitige “oh oh, die kinderen toch” blik te werpen naar ouders-met-opgetrokken-wenkbrauwen. Nog net kan ik Tom ervan weerhouden de deur van groep 7 open te gooien. Ik pak zijn arm, waarop Tom zich slap op de grond laat vallen. “Neeeeee!” gilt hij.

Ik voel blikken prikken en met bonzend hart blijf ik als mantra herhalen:”Tom, we gaan naar de fiets.”
30 tegenspartelende kilo’s zijn teveel om op te tillen. Gehurkt ga ik bij Tom zitten. Ik zucht. Ik bid. Ik ben moe. De buitenwereld vervaagt. “Tom, toe nou. We gaan de jas aan doen. We gaan naar de fiets.”
“Nee, nee, nee.”

Ineens kijkt hij me met een heldere blik aan. Hij grijnst en zegt:”Iets lekkers?”
Daar zit ik. Mijn zoon met zijn IQ van 50. Hij chanteert me. Ik voel me slecht, maar ben blij met dit contact. Bovendien weet ik niets beters dan terug te grijnzen en te zeggen: “Thuis. Iets lekkers.”

Tom staat op, pakt zijn jas en trekt hem aan.

Een juf wil net de buitendeur afsluiten.

“Hallooo!”roept Tom. “Iets lekkers!”

Op de terugweg bedenk ik pas hoe vlot Rianne zelf haar jas op die ingewikkelde haak met luizencape hing. Hoe ze zonder aansporing haar fruit en beker in de daarvoor bestemde bak zette. Hoe ze de juf een handje gaf, met een lachende blik van Tom naar de juf keek en hoe ze ontspannen op haar plek ging zitten. Hoe het gangbare “Nog één kus! Nog één knuffel! Wel zwaaien hè mam!” vervangen werd door een klein snel kusje, een wuivend handje en een glimlach.

Langzaam voel ik de spanning wegzakken. Het is gelukt. En zo erg was het niet. Maar het afgelopen kwartier staat symbool. Voor alles wat zo gewoon had kunnen zijn en het niet is.
Ik fiets hard. Tom, voorop de duofiets, joelt van plezier, met hoge uithalen en fladderende handen. De blikken van de mensen zie ik niet. Ik wil koffie. Met iets lekkers.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s